De onzichtbare band

10 mei 2019 1 Door Petri

Mijn oma gaf haar kennis en vaardigheden door zonder woorden. Ik zie nog voor me hoe ze voorover gebogen haar lange grijze haren borstelde en drie dezelfde lange sliertige vlechtjes maakte en deze met altijd dezelfde precisie op haar hoofd tot een knotje draaide. Haar handen deden automatisch wat ze moesten doen, maar daaronder zag ik haar gezicht dat volledig los leek te staan van de handeling die ze deed.

Op haar gezicht zag ik soms de verbetenheid van wat voorbij was en waar ze niets meer aan kon veranderen. Haar tijd was immers verstreken, wat zou ze zich nog op haar hals halen. Ze was gewend geraakt aan de littekens, die haar wonden markeerden. Dat gevoel kreeg ik bij haar. Vaak lagen er vragen op mijn lippen, maar durfde ze niet te stellen. Mijn oma was nog van de generatie, die het gevoelsleven stevig onder de waterspiegel gedrukt hield.

Als ik aan haar terugdenk, zie ik vooral beelden van strak gestreken was, haar schort die oogverblindend wit was, de eettafel waaraan je altijd kon aanschuiven, het snipperen van snijbonen, haar stoel voor het raam, waardoor ze naar buiten keek. En altijd dezelfde verhalen. Dat ze ooit dienstmeisje was en alsmaar de schuld kreeg van alles wat fout ging, dat ze blij was als ze een miskraam kreeg, want dat was weer een mond minder om te voeden en dat ze genoot van haar treinreisjes naar Zwijndrecht. Haar hele gezicht lachte als ze omschreef hoe het landschap aan haar voorbijtrok vanuit de trein.

Nooit sprak ze over het kind dat ze verloor, haar zonen die tijdens de oorlog in Duitsland moesten werken en in ‘Nederlands’ Indië moesten vechten of haar zoon die op zijn achttiende ternauwernood natte fleuris overleefde en haar dochter die haar arm verloor tijdens een brandweeroefening. Deze trauma’s waren als kerven in haar gezicht gegraveerd.

Haar levenswijsheid sijpelde af en toe door als ik huilend met liefdesverdriet bij haar aan de deur stond. Haar woorden dat ik mijn hart niet moest geven aan een jongen die het niet verdiende, voelde als zalf op een zere plek. Zo moet ze ook haar eigen wonden hebben gezalfd. In een tijd waarin emancipatie ver te zoeken was, het vrouwelijk geslacht niet het respect kreeg dat het verdiende en ze zweeg als ze eigenlijk wilde schreeuwen. Zonder veel informatie van buitenaf en zonder zelfhulpboeken. Hoe heeft ze dat gedaan?

Ik heb mezelf altijd herkent in mijn oma al weet ik niet waarom. Bij mij is de was nooit gestreken en alles wat ooit wit was is grauw geworden. Maar toch, het is een gevoel, een onzichtbare band. Een band die misschien gebaseerd is op dat wat ik bij oma zag en waar ze nooit over sprak. Ik weet het niet. Vaak vraag ik me af of ze hetzelfde leven gehad zou hebben als ze wel haar eigen stem had laten horen. Misschien had ze het liefst altijd in de trein naar Zwijndrecht gezeten. Misschien…

Wat zou ik graag willen dat ze me deze antwoorden had nagelaten. Dan zou ik wellicht weten waarom ik mezelf zo herken in oma en waar mijn altijd aanwezige drang naar vrijgevochtenheid vandaan komt. Leef ik datgene wat zij moest onderdrukken? Als je je wortels kent, leer je jezelf kennen.